http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/weekblad/articles/printarticle-2554436.htm
Wij zijn hier niet om onze klimop te beschermen!
Nieuwbouwprojecten schieten in Leuven als paddenstoelen uit de grond. Bewoners zien de bouwwoede van stad en universiteit met lede ogen aan. Ze eisen meer inspraak in de plannen, maar lijken weinig gehoor te vinden. ‘De stad luistert niet naar ons. Wij krijgen enkel brood en spelen.’

Op vijf minuten lopen van het Leuvense station en de drukke Bondgenotenlaan, de ader die het centrum verbindt met de noordkant van de stad, bevindt zich een oase van groen, aan het oog onttrokken door een monumentaal kerkgebouw. Het Montfortanenklooster, opgetrokken uit donkerrode baksteen, stamt uit het begin van de vorige eeuw en heeft een sobere uitstraling. Des te groter is het contrast met de weelderige binnentuin die achter het monumentale pand verscholen gaat. De vogels fluiten op deze warme zomeravond en de Dijle kabbelt langs de tuinmuur voort. Tussen het groen staan twee voetbalgoaltjes. Overdag wordt hier flink geravot en gespeeld.
Deze idyllische plek wordt bedreigd. Het stukje wilde natuur dreigt namelijk plaats te moeten maken voor een groot bouwwerk op pootjes, waar een steriel parkje naast gelegd wordt. ‘Dat kan niet!’ zegt Germaine Heeren, voorzitster van Levend Leuven, een collectief van verschillende Leuvense verenigingen en buurtcomités dat zich inzet voor groenbehoud, meer burgerinspraak en respect voor het historische karakter van de stad. ‘Leuven wordt totaal volgebouwd. Wij pleiten voor een volledige wijziging in het beleid van de stad, want op deze manier wordt ze onleefbaar.’ De actievoerders vrezen voor stadsvlucht. ‘Kapitaalkrachtigen en mensen die dynamiek aan de stad kunnen geven, worden door al die bebouwing de stad uitgedreven’, meent de groep.
Janseniushof
Dat laatste argument wordt ook aangehaald door de mensen van het buurtcomité Janseniussite. Nu leven ze in een relatief rustige, gezinsvriendelijke buurt met veel groen en scholen. Het bouwproject Janseniushof dat projectontwikkelaar Resiterra met goedkeuring van de stad in hun achtertuin wil neerpoten, stuit dan ook op verzet. Resiterra wil de ziekenhuis- en parkeerterreinen van de K.U. Leuven, die nu het grootste deel van de site uitmaken, volbouwen met appartementsblokken. Kers op de taart is een veertig meter hoge woontoren. ‘De levenskwaliteit in de buurt zal afnemen omdat er drastisch gesnoeid wordt in het aanwezige groen’, menen de actievoerders van het buurtcomité Janseniussite. Ze vrezen voor het grote verloop dat appartementen kennen en voor een te hoge woondensiteit.
De huidige bewoning van de Janseniussite bedraagt ongeveer 42 wooneenheden per hectare, maar met de 250 geplande bijkomende appartementen (214 plus 36 in uitbreidingszone) zou dat cijfer uitkomen op 92 wooneenheden per hectare, rekenen de actievoerders voor. ‘Dat is een veelvoud van alle gangbare normen!’ Het structuurplan Vlaanderen bepaalt dat vanaf een dichtheid van 25 woningen per hectare sprake is van stedelijk gebied. Het bijzonder plan van aanleg dat nog in 2004 voor de Janseniussite herbekrachtigd werd, vermeldt een doel van slechts 30 woningen per hectare. Als men dit plan doorzet, komen er driemaal zoveel woningen te staan, waarmee het nu rustige gebied tot een hoogstedelijke zone getransformeerd wordt. ‘Het beleid van de stad is eenzijdig en wordt enkel beïnvloed door de projectontwikkelaars’, zegt Pieter Spaepen van het buurtcomité. ‘Wij voelen ons in een hoekje gedreven.’
Om het stadsbestuur tegemoet te komen, bood de actiegroep alternatieven aan, met veel grondgebonden woningen en tuintjes. Dat past evenwel niet in de visie die de stad voor ogen heeft. ‘Een tuintje is leuk, maar daar gaat een stad niet over. De Grote Markt is uw tuin’, zegt architect Alfredo De Gregorio, die door Resiterra in de arm is genomen om het plan uit te werken. Hij schetst een beeld van de stad als open en dynamische ontmoetingsplek. ‘Iedere stad zou haar densiteit moeten opvoeren’, vindt De Gregorio. ‘De boerenbuiten is inderdaad voor koeien’, zegt hij, verwijzend naar de uitspraak van architect Bob van Reeth enkele maanden geleden in Knack extra.
De buurtbewoners stemmen niet in met die zienswijze. Dat ze niet werden betrokken bij het uitwerken van de bouwplannen, lokte wrevel uit. ‘Andere steden bewijzen dat samenspraak en dialoog werken om te komen tot een betere buurt’, zegt Spaepen. ‘Dat er eerst plannen moeten zijn vooraleer je naar de bevolking kan stappen, is complete nonsens. Om plannen op te maken, moet je eerst bepalen wat kan en niet kan. Het is net daar dat het fout loopt.’
De Leuvense schepen van Wonen Jaak Brepoels (SP.A) geeft toe ‘dat we misschien soms te laat met de plannen naar de buurtbewoners stappen, wat nogal bruusk overkomt. Uit de moeilijke communicatie rond de Janseniussite hebben we geleerd dat we de mensen sneller moeten informeren.’ Of het stadsbestuur nu ook werkelijk rekening gaat houden met de eisen van het buurtcomité, blijft onduidelijk. ‘Dat zullen we nog zien’, zegt Herwig Beckers (CD&V), schepen van Ruimtelijke Ordening. ‘De mensen krijgen nu schriftelijk de kans hun suggesties te formuleren.’
Ook architect De Gregorio geeft toe dat de stad soms tekortschiet wat de communicatie betreft. Toch vindt hij dat de buurtbewoners ongelijk hebben. ‘Er is een communicatieprobleem met de buurtbewoners, maar fundamenteel zijn ze mis. Wij vinden groen wel belangrijk. Wat wij doen, is geen schandalige ingreep. Integendeel, er komt extra publiek groen bij waarvan elke Leuvenaar kan genieten, dus niet alleen de buurtbewoners.’
Steenwoestijn
Andere bedreigde groene plekken zijn de stadstuinen in de Bondgenotenlaan 111, aan het oog van het winkelende publiek onttrokken door hoge gevels, maar een verademing voor de mensen die er wonen. Oorspronkelijk werden de tuinen ontworpen door architect Georges De Hens als verbindingselement tussen het winkelpand van architect Lucien Spéder en het modernistische appartementsblok achteraan. Beide panden zijn opgenomen in de inventaris van het Vlaams Instituut voor Bouwkundig Erfgoed. De verbindende binnentuin, die een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de totaalarchitectuur, dreigt nu te worden opgeofferd.
Soortgelijke aanvragen tot bebouwing zijn eerder ongunstig geadviseerd door Ruimte en Erfgoed. Het huidige plan, dat de bebouwingsmogelijkheden van het terrein maximaliseert en de bewoners achterlaat met een steenwoestijn voor hun neus, weliswaar voorzien van een klein groendakje, werd aangevraagd door Immo Lovaniensis, een vastgoedbedrijf dat tot voor kort mede bestuurd werd door de echtgenote van Mark Waer. Waer is vanaf dit academiejaar rector van de K.U.Leuven. ‘Wij snappen niet waarom dit plan ineens wel goedgekeurd werd’, reageert een verbolgen buurtbewoner. ‘Ik vrees voor favoritisme. Ten tijde van de eerste twee aanvragen was Waer geen rector.’
‘Alles van waarde is weerloos’
Ook bij andere actiegroepen zijn er klachten over samenwerking tussen stad, universiteit en andere belanghebbenden. ‘Vroeger had je ‘de zeven geslachten’ van Leuven die samenspanden met de burgemeester. Tegenwoordig heb je een nieuwe groep die de plak zwaait: K.U.Leuven, Stella, KBC en de bouwpromotoren die, zonder dat rekening wordt gehouden met de Leuvenaar zelf, steevast hun zin krijgen van de stad Leuven’, zegt Stefan Bovin van het actiecomité Red de Kartuizerij. Onder het motto ‘Alles van waarde is weerloos’, een beroemde versregel van de dichter Lucebert, trekt het buurtcomité ten strijde tegen de plannen om het voormalige klooster aan de Leuvense ring te verbouwen. Sinds 2004 is de als monument en landschap erkende Kartuizerij bezit van de universiteit. De omwonenden hadden alle vertrouwen in de bedoelingen van de K.U.Leuven. ‘De universiteit is tenslotte geen bouwpromotor, dachten wij, dus sliepen we op beide oren’, zegt buurtbewoner Mark Neefs.
De Alma Mater kwam evenwel voor de dag met plannen om het beschermde monument om te bouwen tot een child convent center, een centrum voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Voor de realisatie is het noodzakelijk het eeuwenoude, door groen omringde pand uit te breiden met nieuwbouw. ‘De academische diensten zullen ondergebracht worden in de historische gebouwen, maar het therapeutisch centrum moet aan specifieke normen voldoen’, zegt Stefaan Saeys van de K.U.Leuven, directeur Technische Diensten. ‘Nieuwbouw is daarvoor noodzakelijk.’ Volgens Saeys is de nieuwbouw in feite een heropbouw van de oorspronkelijke delen van het klooster, aangezien het bouwproject zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de resultaten van de historische studie die de universiteit liet uitvoeren. Aan de hand van internationale referenties als het Pradomuseum in Madrid, waarbij oud en nieuw gecombineerd worden, legt hij de plannen uit. ‘De erfgoedwaarde wordt net méér gevalideerd door een combinatie van nieuwe architectuur met historische restanten. Wat wij proberen te doen, is iets wat binnen het erfgoedbeheer eigenlijk als good practice geldt.’
Domino-effect
De buurtbewoners maken echter bezwaar tegen de verbouwingsplannen. ‘Als je naast een beschermd monument met beschermd landschap gaat wonen, mag je er toch wel van uitgaan dat het een beschermd stadsgebied is en blijft’, is de verbouwereerde reactie. ‘De K.U.Leuven kende het beschermde statuut van de kloostersite bij de aankoop en kan er evengoed een invulling aan geven die dat respecteert’, vindt Neefs. De actievoerders vrezen voor een domino-effect: ‘Als dit kan, kan alles.’ Bovendien verklaart de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening die in september 2009 van kracht werd volgens hen beschermde monumenten en landschappen min of meer vogelvrij. Het decreet voorziet immers in de mogelijkheid om op advies van de cel Erfgoed af te wijken van de geldende stedenbouwkundige voorschriften. ”Het komt erop neer dat een ambtenaar met één pennenstreek een bescherming als monument teniet kan doen’, zegt Bovin.
De K.U.Leuven steekt de goede samenwerking met de stad niet onder stoelen of banken, ‘maar wij zetten niemand onder druk’, zegt Saeys. ‘Niet op de cel Erfgoed, noch op de Vlaamse administratie noch op het Leuvense stadsbestuur. Wie beweert dat de universiteit meer kan en mag dan andere instellingen, moet dat maar eens bewijzen. Het is veel te gemakkelijk gezegd. We hebben beide onze eigen doelstellingen, maar we beseffen dat we ze niet zonder elkaar kunnen realiseren. We zitten elkaar dus niet opzettelijk dwars.’ De schepenen bevestigen dat. ‘We gaan niet op onze knieën liggen voor de universiteit, maar ze is onze belangrijkste partner in Leuven. Wij hebben de eerste voorstellen van de Kartuizerij zelfs afgekeurd. Het is echt niet zo dat wij zeggen: “Oh, het is de unief, doe maar hè, mannen!”‘
Nimby?
De buurtcomités ontkennen dat hun acties enkel gemotiveerd zijn door het nimbysyndroom. ‘De comités zijn misschien wel ontstaan omdat mensen de bouwplannen van de stad of de universiteit in hun onmiddellijke omgeving argwanend bekijken, maar dat is slechts de concrete aanleiding om er zelf iets aan te doen’, zegt Pieter Spaepen. ‘Dit gaat hier niet om mijn backyard,’ voegt Stefan Bovin eraan toe, ‘dit gaat om een beschermd monument dat plots een andere bestemming krijgt, die niet verenigbaar is met het beschermingsbesluit!’ De militanten willen zichzelf niet als conservatief afgeschilderd zien. ‘Wij zijn niet nostalgisch en we zijn niet tegen vernieuwing’, klinkt het. ‘We uiten enkel kritische geluiden. De Leuvenaar heeft momenteel geen zeggenschap. Dat willen wij veranderd zien.’
Schepen Brepoels begrijpt de bezorgdheid van een aantal mensen. ‘Ik wil die zorgen wel au sérieux nemen. Maar die mensen gaan morgen niet verhuizen, er zijn immers veel voordelen om hier te blijven wonen.’ Zijn collega Beckers voegt eraan toe: ‘Iedereen reageert vanuit zijn particuliere belangetje. Dat is logisch. Maar mensen gebruiken het argument groen om het gebouw in hun achtertuin weg te halen. En dat is verkeerd. Maar het blijft een netelig punt.’
De actievoerders blijven vastberaden. ‘Wij geven niet op. Desnoods wordt het een juridisch slagveld!’
DOOR IELSE BROEKSTEEG/foto’s lieven van assche copyright KNACK
